Berichten

Overeenkomst met België over thuiswerken tijdens coronacrisis

In navolging op de overeenkomst met Duitsland is nu ook met België een overeenkomst gesloten over de behandeling van grensarbeid en thuiswerken tijdens de coronacrisis.

Thuiswerkdagen

Doorbetaalde thuiswerkdagen worden aangemerkt als dagen die zijn gewerkt op de plaats waar de grensarbeider normaliter zijn dienstbetrekking uitoefent. Deze fictie geldt niet voor werkdagen die de grensarbeider, los van de coronamaatregelen, al thuiswerkend of in een derde land zou hebben doorgebracht. De fictie kan slechts worden toegepast voor zover het loon over de thuiswerkdagen wordt belast in de reguliere werkstaat.

Thuisblijven zonder te werken met doorbetaling van salaris

Dagen waarop de werknemer normaal zou hebben gewerkt maar nu thuisblijft zonder te werken met doorbetaling van salaris gelden als gewerkte dagen.

Thuisblijven zonder te werken met recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering

Inwoners van Nederland die in België werken en door de coronamaatregelen niet kunnen werken, hebben onder voorwaarden recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering. Dergelijke uitkeringen worden, als de dienstbetrekking in stand blijft, belast in België.

De overeenkomst is van toepassing tot 31 mei 2020 en kan daarna steeds met een maand worden verlengd.

Nultarief btw op mondkapjes

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer gezegd dat met ingang van 25 mei het nultarief voor de omzetbelasting wordt toegepast op de binnenlandse verkoop van mondkapjes. Deze maatregel geldt tot 1 september 2020. De maatregel houdt verband met de invoering van de verplichting om vanaf 1 juni een mondkapje te dragen in het openbaar vervoer. Toepassing van het nultarief betekent dat de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting behoudt. Het nultarief geldt zowel voor medische als voor niet-medische mondkapjes. De nadere invulling van het nultarief op mondkapjes wordt op dit moment verder uitgewerkt.

Aanpassingen in regeling NOW

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) op enkele plaatsen gewijzigd.

Het betreft de regeling voor concerns met minder dan 20% omzetverlies, de instemming met openbaarmaking van bepaalde gegevens, de eis dat een binnenlands bankrekeningnummer moet worden opgegeven en het schrappen van de verplichte melding van een loonkostensubsidie.

Bij concerns met minder dan 20% omzetverlies kunnen individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van hun eigen omzetdaling. Hieraan zijn extra voorwaarden verbonden. De extra voorwaarde dat er geen personeels-bv binnen het concern mag zijn is gewijzigd. Er mag wel een personeels-bv zijn voor bijvoorbeeld het management, maar deze bv is uitgesloten van de NOW. Andere werkmaatschappijen binnen het concern kunnen de NOW aanvragen mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Door het indienen van een NOW-aanvraag stemt de aanvrager in met het eventueel openbaar maken van informatie die hij verstrekt heeft aan het UWV. Deze automatische instemming heeft alleen betrekking op gegevens die voor transparantie over de besteding van publieke middelen van belang zijn. Bedrijfsgevoelige informatie wordt niet prijsgegeven.

De NOW kende als voorwaarde dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag diende aan te vullen met een Nederlands bankrekeningnummer. Deze eis is vervallen omdat is gebleken dat het vrijwel onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.

Al eerder heeft de minister gemeld dat dubbele financiering van loonkosten voor mensen met een arbeidsbeperking onder de huidige bijzondere omstandigheden geaccepteerd wordt. Verrekening van de subsidie op grond van de NOW met de loonkostensubsidie is niet of moeilijk uitvoerbaar.

De minister heeft eerder al aangekondigd dat zal worden verduidelijkt onder welke grens geen accountantsverklaring zal worden gevraagd. Die duidelijkheid is er nog niet. De regeling zal op dit punt zo spoedig mogelijk worden aangepast.

Steunmaatregelen sportverenigingen

Het kabinet heeft drie specifieke steunmaatregelen genomen voor de sportsector. Het gaat om de volgende maatregelen:

  • kwijtschelding van huur;
  • stimuleringsregeling voor kleine verenigingen;
  • uitbreiding van het Waarborgfonds Sport.

Kwijtschelding huur

In overleg met de gemeenten is besloten dat sportverenigingen de huur over de periode van 15 maart tot en met 15 juni niet hoeven te betalen aan de gemeente.

Stimuleringsregeling voor kleine verenigingen

Sportverenigingen met een accommodatie in eigendom hebben te maken met de vaste lasten daarvan. Veel van deze verenigingen zijn te klein om in aanmerking te komen voor de rijksbrede regelingen. Voor deze groep is een bijdrage van € 2.500 per vereniging beschikbaar.

Uitbreiding Waarborgfonds Sport

De Stichting Waarborgfonds Sport verleent borgstellingen aan banken voor leningen aan  amateursportverenigingen. Het kabinet heeft hiervoor een aanvullend bedrag van € 10 miljoen beschikbaar gesteld aan het Waarborgfonds.

 

Loket aanvraag lening voor grensondernemers geopend

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is ook toegankelijk voor zelfstandigen in grenssituaties. Het kan gaan om in Nederland wonende zelfstandige ondernemers met een bedrijf in het buitenland of in het buitenland wonende ondernemers met een bedrijf in Nederland. De eerste groep komt in aanmerking voor ondersteuning in het levensonderhoud. De tweede groep komt in aanmerking voor een lening voor bedrijfskapitaal. De lening is rentedragend en bedraagt maximaal € 10.157. De rente op deze lening bedraagt 2% per jaar. De lening moet binnen drie jaar terugbetaald worden. Tot 1 januari 2021 hoeft niet afgelost te worden op de lening.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte bij de uitbreiding van de Tozo met ondernemers in grenssituaties bekend dat hij één gemeente wilde aanwijzen waar deze groep de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. Met ingang van 18 mei kunnen ondernemers die elders in de EU, de EER of in Zwitserland wonen en in Nederland hun bedrijf zich melden bij de gemeente Maastricht. Op de website van de gemeente Maastricht is een aanvraagformulier te vinden.

Kabinet introduceert noodpakket 2.0

Het kabinet heeft ter bestrijding van de coronacrisis een tweede noodpakket geïntroduceerd. Dit noodpakket 2.0 verlengt diverse maatregelen uit het eerste noodpakket, met aanpassing van verschillende voorwaarden. Wie zijn of haar baan verliest, moet kunnen rekenen op steun voor omscholing naar een sector met betere baankansen. Daarom wordt geld vrijgemaakt voor scholing.

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

De NOW-regeling wordt met vier maanden verlengd. Vanaf 6 juli tot 1 oktober kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de maanden juni tot en met september worden aangevraagd. Het vereiste van een omzetverlies van ten minste 20% geldt ook voor de tweede tranche. De gekozen periode van omzetdaling moet aansluiten op de periode van de aanvraag voor het eerste tijdvak. De referentiemaand voor de loonsom voor de tweede periode is maart. Vaststelling van de eerste subsidieperiode kan worden aangevraagd vanaf 7 september. Indien voor beide tranches een NOW-aanvraag is ingediend, kan vaststelling pas na afloop van het tweede tijdvak aangevraagd worden.

Opslag
De subsidie van de NOW bevat een opslag over werkgeverslasten. Het kabinet heeft deze forfaitaire opslag voor de tweede tranche van de NOW-regeling verhoogd van 30 naar 40%.

Korting bij aanvragen van bedrijfseconomisch ontslag
In de eerste tranche van de NOW zat een boete verwerkt voor werkgevers die in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij het UWV een verzoek indienden om een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen op te mogen zeggen. De boete houdt in dat het loon van de betrokken werknemer, verhoogd met 50%, in mindering komt op de subsidie. De tweede tranche kent alleen een boete bij ontslag van 20 of meer werknemers. De boete bedraagt 5% van de ontvangen subsidie. De boete vervalt als er een akkoord over de ontslagaanvraag is  tussen werkgever en vakbonden of een vertegenwoordiging van werknemers.

Bonussen
Een bedrijf mag bij een beroep op de NOW geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen over 2020. Dit moet bij aanvang verklaard worden. De voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019. Het bonusverbod is beperkt tot bonussen voor bestuur en directie. Aan werkgevers wordt een inspanningsverplichting opgelegd om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. De scholing zelf is geen onderdeel van de NOW. 

Seizoenswerk
Om seizoensbedrijven tegemoet te komen is het eerste subsidietijdvak van de NOW aangepast. De aanpassing wordt automatisch toegepast als dit voordelig uitpakt. Als de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan driemaal de loonsom van januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

De TOGS-regeling bevatte een eenmalige tegemoetkoming in de vaste lasten voor getroffen sectoren van € 4.000. Voor deze groep ondernemers komt een nieuwe regeling, de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving krijgen bedrijven een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van € 50.000 voor vier maanden. Voorwaarde voor deze regeling is een omzetverlies van minstens 30%. De tegemoetkoming is, net zoals de TOGS, vrijgesteld van belastingheffing. Wel telt deze subsidie als omzet voor de toepassing van de NOW.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

De Tozo-regeling loopt tot en met 31 mei 2020. Het kabinet heeft besloten gebruik te maken van de in het Besluit Tozo van 17 april 2020 opgenomen mogelijkheid tot verlenging met vier maanden en de voorwaarden aan te passen. De uitkeringstermijn loopt tot en met 31 augustus. Anders dan de eerste versie bevat de nieuwe Tozo-regeling een partnerinkomenstoets. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum komen niet meer in aanmerking voor een tegemoetkoming in het levensonderhoud. De mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen blijft bestaan. Ondernemers die al eerder een lagere lening hebben aangevraagd, krijgen de mogelijkheid om een tweede lening af te sluiten tot het maximumbedrag. De ondernemer moet bij de aanvraag van een lening verklaren dat er geen sprake is van surseance van betaling of van het in staat van faillissement verkeren.

Financieringsinstrumenten

De verruimde garantie-instrumenten Borgstellingsregeling MKB-Corona en Garantie Ondernemingsfinanciering-Corona vanuit het noodpakket 1.0 worden voortgezet. Het garantiebudget is verhoogd. De op 7 mei 2020 aangekondigde regeling Klein Krediet Corona (KKC-regeling) wordt momenteel ten uitvoer gebracht.

Startups
De Corona-OverbruggingsLening (COL) is bedoeld voor de verbetering van de liquiditeitspositie van innovatieve bedrijven. Het kabinet heeft besloten om voor de komende vier maanden een tweede tranche van € 200 miljoen aan leningen voor de COL beschikbaar te stellen.

Uitstel van betaling van belastingschulden

De regeling voor bijzonder uitstel van belastingschulden is tijdelijk versoepeld in verband met de coronacrisis. Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt voor deze regeling, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor een groot aantal belastingen gedurende drie maanden stopgezet. Het kabinet heeft de periode waarin ondernemers zich voor de uitstelregeling kunnen aanmelden verlengd van 19 juni naar 1 oktober 2020. Langer uitstel dan drie maanden is onder voorwaarden mogelijk. Daar wordt nu als aanvullende eis aan toegevoegd dat de ondernemer dient te verklaren geen dividenden en bonussen te zullen uitkeren en geen eigen aandelen te zullen inkopen. De vormgeving van deze verklaring wordt nader uitgewerkt. Het toegekende uitstel van langer dan drie maanden wordt niet eerder ingetrokken dan per 1 oktober 2020.

Uitstel van het betalen van BPM wordt in juni mogelijk gemaakt voor vergunninghouders, vanaf het tijdvak mei 2020. Een verzoek om uitstel van betaling van BPM is pas mogelijk als een naheffingsaanslag is opgelegd voor het tijdvak mei 2020; dat zal ongeveer half juli 2020 zijn.

Belasting- en invorderingsrente

Het kabinet heeft de belasting- en invorderingsrente tijdelijk van 4 naar 0,01% verlaagd. De verlaging van de invorderingsrente is per 23 maart 2020 ingegaan en gold oorspronkelijk voor drie maanden. Nu het uitstelbeleid wordt verlengd, is besloten de verlaging van de invorderingsrente te verlengen tot 1 oktober 2020.

Ook de verlaging van de belastingrente voor andere belastingen dan de inkomstenbelasting wordt verlengd tot 1 oktober 2020. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting gold al tot 1 oktober 2020. De verlaging van de belastingrente is gunstig voor particulieren en ondernemers die gebruikmaken van de mogelijkheid van uitstel voor het doen van aangifte. Het wetsvoorstel Verzamelspoedwet COVID-19 waarmee de verlaging van de belasting- en invorderingsrente wettelijk wordt geregeld, is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer.

Overige fiscale maatregelen

De btw-vrijstellingen voor medische hulpgoederen en voor het uitlenen van zorgpersoneel, de versoepeling van het urencriterium voor IB-ondernemers en de periode waarin een tijdelijk uitstel van hypotheekbetalingen met behoud van recht op hypotheekrenteaftrek kan worden aangevraagd en verleend, worden verlengd tot 1 oktober 2020.

Steunmaatregelen internationaal opererend Nederlands bedrijfsleven

De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer voor het zomerreces over de reeds genomen maatregelen op de exportkredietverzekering. Verder zijn binnen het Dutch Trade and Investment Fund en het Dutch Good Growth Fund extra mogelijkheden gecreëerd om werkkapitaal te verstrekken en betalings- en aflossingstermijnen te versoepelen. Het kabinet zal aanvullende maatregelen treffen om internationale ondernemers ook door de komende fase van de crisis te helpen.

Derde wijziging eerste tranche NOW

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft enkele aanpassingen in de NOW-regeling aangebracht. Deze wijzigingen moeten ertoe leiden dat meer bedrijven een beroep op de regeling kunnen doen. De wijzigingen betreffen de eerste tranche van de NOW.

Seizoensbedrijven

Gericht op seizoensbedrijven wordt in de NOW een alternatieve rekenmethode voor de subsidiehoogte opgenomen. Als de loonsom van maart tot en met mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari kan met de stijging van de loonsom rekening worden gehouden bij de vaststelling van de subsidie. De hoogte van de loonsom in de maanden april en mei wordt gemaximeerd op het niveau van maart.

Overgang van onderneming 

De afwijking voor startende ondernemingen van de standaardregel voor de omzetbepaling kan ook worden toegepast op ondernemingen die een andere onderneming hebben overgenomen. Bij ondernemingen die (een deel van) een andere onderneming hebben overgenomen kan voor de omzetvergelijking de omzet over de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag van overgang tot en met 29 februari 2020 worden genomen, omgerekend naar een periode van drie maanden. De overname moet minimaal een kalendermaand voor 29 februari 2020 liggen om een relevante refertemaand over te houden. De loonsombepaling voor seizoensbedrijven kan ook worden toegepast bij een onderneming die een andere onderneming heeft overgenomen en daardoor in januari geen representatieve loonsom heeft.

 Dertiende maand 

In de eerste tranche van de NOW wordt de subsidie gebaseerd op een loonsom met januari als referentiemaand. Wanneer de werkgever in januari een dertiende maand heeft uitgekeerd, vertekent dat de representativiteit van de referentiemaand. Daarom worden dertiende maanden uit de loonsommen verwijderd door het UWV bij de vaststelling van de subsidie.

Aanvraagtijdvak

Het aanvraagtijdvak voor de eerste tranche van de NOW is verlengd tot en met 5 juni 2020. Ook werkgevers die meenden eerder geen recht te hebben op een tegemoetkoming op grond van de NOW hebben hierdoor voldoende tijd om alsnog een aanvraag in te dienen.

Accountantsverklaring

Voor de NOW wordt een accountantsverklaring verplicht gesteld voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van € 100.000 of meer. Ook bij een vast te stellen subsidie van € 125.000 of meer is een accountantsverklaring vereist. Ondernemingen die een voorschot van minder dan € 100.000 hebben ontvangen zijn zelf verantwoordelijk om in te schatten of de subsidie op € 125.000 of meer wordt vastgesteld en dus een accountantsverklaring nodig is. 

Bij een verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven € 20.000 of een subsidie boven € 25.000 is een verklaring van een derde vereist die de omzetdaling bevestigt. Dit kan een verklaring zijn van een administratiekantoor, een financieel dienstverlener of een brancheorganisatie. 

Aanvraag vaststelling subsidie 

Vaststelling van de eerste tranche van de subsidie kan worden aangevraagd vanaf 6 oktober. Voor die aanvragen om vaststelling waarvoor een accountantsverklaring vereist is, wordt de aanvraagtermijn verruimd van 24 naar 38 weken.

Tijdelijke beperking maximale kredietvergoeding

In Nederland is de totale kredietvergoeding (rente en kosten) voor consumptief krediet aan een maximum gebonden. De maximale kredietvergoeding op jaarbasis is gelijk aan de wettelijke rente met een opslag van 12 procentpunten. Er mogen geen aanvullende kosten worden berekend. De wettelijke rente bedraagt momenteel 2%. De maximale kredietvergoeding bedraagt derhalve op jaarbasis 14%. Dit maximum geldt voor alle soorten consumptief krediet, zoals rood staan, sociale kredieten van gemeentelijke kredietbanken, gespreid betalen met een creditcard of een persoonlijke lening. 

De minister van Financiën heeft bekend gemaakt dat de opslag voor de maximale kredietvergoeding tijdelijk wordt verlaagd naar 8 procentpunten. De maximale kredietvergoeding komt daarmee tijdelijk uit op 10%. De verlaging geldt in ieder geval tot het einde van het jaar. De minister laat onderzoek doen naar een mogelijke structurele verlaging van de kredietvergoeding. Daarbij zal worden bezien of een differentiatie van de maximale vergoeding op basis van bijvoorbeeld de kredietvorm, de looptijd van het krediet of het kredietbedrag wenselijk is.

Garantieregeling kleine ondernemers

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft specifiek voor kleine ondernemers een nieuwe garantieregeling opgezet. Deze Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC) geldt voor kredietaanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2020. De staat biedt een garantie van 95% van de leningen. De garantieregeling wordt aangeboden via de banken en via andere financiers, die geaccrediteerd zijn voor de BMKB-C. De staat heeft de rente, die financiers in rekening mogen brengen, gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2%.

De regeling wordt ter goedkeuring aangemeld bij de Europese Commissie onder het Tijdelijke Europees steunkader COVID-19. De inwerkingtreding en de uiteindelijke vormgeving van de regeling zijn afhankelijk van de goedkeuring van de Europese Commissie.

Betaalpauze rente en aflossing eigenwoningschuld

Sinds 1 januari 2013 geldt voor nieuwe eigenwoningschulden de eis dat de schuld gedurende de looptijd ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden volledig wordt afgelost. Volgens de wettelijke regeling moet een op 31 december 2020 opgelopen aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingelopen. Is dat niet het geval, dan blijft de schuld alleen een eigenwoningschuld als per 1 januari 2022 contractueel een nieuw ten minste annuïtair aflosschema wordt overeengekomen voor de resterende looptijd.

De coronacrisis vormt de aanleiding voor een alternatieve regeling om een opgelopen aflossingsachterstand in te lopen. De staatssecretaris van Financiën heeft daartoe een goedkeurend besluit gepubliceerd. Het besluit geldt onder voorwaarden ook voor al vóór de publicatie overeengekomen betaalpauzes die verband houden met de coronacrisis. Een betaalpauze kan fiscale gevolgen hebben voor het moment waarop de tijdens de betaalpauze verschuldigde, maar niet betaalde, rente in aftrek komt. Een eventuele schuld voor het inhalen van een renteachterstand valt altijd in box 3.

De alternatieve regeling geldt voor betaalpauzes die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. de belastingplichtige heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat hij betalingsproblemen heeft door de coronacrisis;
  2. de betaalpauze gaat uiterlijk op 1 juli 2020 in en is schriftelijk door de geldverstrekker bevestigd; en
  3. de looptijd van de betaalpauze is maximaal zes maanden.

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat al eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflosschema wordt overeengekomen. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

  1. In plaats van het wettelijke toetsmoment geldt de dag waarop de betaalpauze afloopt als toetsmoment voor de aflossingsachterstand.
  2. Het nieuwe aflosschema is gebaseerd op de omvang van de schuld volgens het oude aflosschema, verhoogd met de aflossingsachterstand.
  3. Het nieuwe aflosschema heeft maximaal dezelfde resterende looptijd als de oorspronkelijke schuld.
  4. Het nieuwe aflosschema moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze ingaan, maar uiterlijk op 1 januari 2022.

Het kan gewenst zijn de resterende lening te splitsen in de resterende hoofdsom en de door de betaalpauze ontstane aflossingsachterstand. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat alleen voor de aflossingsachterstand een nieuw aflosschema wordt opgesteld. De ontstane aflossingsachterstand wordt afgelost in maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. Voor het overige gelden de voorwaarden die ook aan de eerste goedkeuring zijn gesteld.

De rente op de eigenwoningschuld is aftrekbaar op het moment waarop deze is betaald, verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden. Een belastingplichtige kan de tijdens de betaalpauze verschuldigde rente alleen over het jaar 2020 in aftrek brengen, als:

  • hij deze rente alsnog (na de betaalpauze) in 2020 betaalt, óf
  • deze rente in 2020 is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden.